HSV Moordrecht

Veel hengelaars geloven sterk in het bestaan van een of ander geheim. Een lokaas waarin enkele druppels of grammen van een of ander spul vermengd worden zou de vis in een 'bijtmaarraak' stemming brengen. Niets is minder waar. Een toelichting lijkt dan ook op z'n plaats.

 

 

De Hoofdgroepen

Om de bespreking van de diverse ingredienten logisch op te bouwen heb ik een onderverdeling gemaakt, gericht op de specifieke eigenschap van het ingredient in kwestie.

 

  • Basisbestanddelen

  • Werkende bestanddelen

    • Meelsoorten

    • Zaden

    • Wolkvormers

    • Actieven

  • Gewicht-, bind en kleefkrachtbestanddelen

  • Geur en smaakmakers

 

De tabel is in hoofdgroepen verdeeld. Dit wil niet zeggen dat een bepaald ingredient geen dubbele functie kan hebben, maar dat kunt u uit de beschrijving afleiden. Tevens wordt het maximale percentage vermeld dat in de totale samenstelling van het lokaas gebruikt mag worden.

 

Aan de hand van de tabel kunt u een oneindig aantal voertjes samenstellen, gericht op de specifieke situatie van het te bevissen water. De vernoemde hoofdgroepen dienen niet noodzakelijk allen gebruikt te worden. Een aantal basisregels zijn op het samenstellen van een voertje van toepassing.

 

Basisbestanddelen:

50 tot 60% ban de totale samenstelling

Werkende bestanddelen:

tot 25% ban de totale samenstelling

Gewicht-, bind en kleefkrachtbestanddelen:

10 tot 20% van de totale samenstelling.

Geur en smaakmakers:

5 tot 10% van de totale samenstelling.

 

Lokaas bereiden

Hebben we een droge samenstelling uitgezocht dan moeten we deze nog klaar maken om te kunnen gebruiken. Zeef het droge lokaas door een fijnmazige zeef en gooi de stukken die op de zeef achterblijven weg. Het bevochtigen is erg belangrijk. Er mogen geen droge delen in het uiteindelijke lokaas voorkomen. Meng het droge lokaas in een ruime bak en bevochtig de bovenste laag. Opnieuw goed mengen, weer de bovenste laag bevochtigen en zo doorgaan tot de juiste stevigheid bereikt is. Het lokaas een half uurtje laten rusten eventueel nog wat bevochtigen en nogmaals door een zeef drukken. Dit geeft een luchtig veerkrachtig mengsel. Meng eventueel wat van uw aas zoals maden of vers de vase door uw lokaas. We kunnen vaste voerballen maken, die toch makkelijk uit elkaar vallen en waarvan de werking optimaal is. De eerste ballen die we op de voerplek gooien knijpen we vast samen, de volgende iets minder en de laatste nog iets minder. De voerballen zullen in het water met verschillende snelheid uit elkaar vallen en de werking van het lokaas verlengen.

 

Basis 50 tot 60%

Broodmeel:Broden die niet worden verkocht, overschotten, misbaksels, worden op lage temperatuur gedroogd, gebroken en vermalen. De kwaliteit is nauw verbonden met de kleur. Goed broodmeel is wit van kleur, fijn vermalen en is hoofdzakelijk afkomstig van het kruim.

Heeft het een meer bruine kleur dan zijn er ook bruin brood, snijafval en veel korsten in verwerkt. Het donkere broodmeel is zwaarder dan het witte broodmeel. Broodmeel heeft een klevende werking.

 

Paneermeel: Is hetzelfde als chapelure. De kwaliteit moet gelijk zijn aan deze voor menselijke consumptie. Hoe fijner het paneermeel, hoe meer vreemde bestanddelen er in aanwezig zijn. Neemt minder water op dan broodmeel en daarom een lager soortelijk gewicht, dus lichter in gewicht. Ligt tussen broodmeel en beschuitmeel in. Werkt iets klevend.

Er is ook gekleurd paneermeel in de handel, rood en geel. Dit gekleurd paneermeel dient om de kleur van het lokaas te be�vloeden.

Droog door het lokaas vermengd, vormt paneermeel ook een goed werkend bestanddeel, door droge deeltjes die zullen stijgen, water opnemen en daarna weer zullen zakken.

Paneermeel doet lokaas sneller uiteenvallen dan broodmeel. Drie producten die veelal in de basis van elk lokaas gebruikt worden zijn: broodmeel, beschuitmeel en paneermeel. We weten dat qua gewicht broodmeel het zwaarst is, beschuitmeel het lichtste en paneermeel er tussen in. Wanneer we ze in een bepaalde verhouding gaan mengen kunnen we een basis vormen die aangepast is aan elk viswater. In een lokaas voor ondiep stilstaand water, zullen we de basis zo licht mogelijk houden, wordt het water dieper, dan zullen we de basis moeten verzwaren. Vissen op water met stroming, dan zullen we de basis weer iets verzwaren en op stromend diep water wordt de basis nog zwaarder. Een goed uitgangsmengsel is: 1 deel beschuitmeel + deel paneermeel + deel broodmeel.

 

Beschuitmeel: Gebroken, vermalen beschuit. Het onderscheid in kwaliteit, is gekoppeld aan de kleur. Is het beschuitmeel licht van kleur, zal de geur identiek zijn aan deze van een fijngewreven beschuit. Hebben we een meer donkere kleur, is het afkomstig van breuk en te hard gebakken beschuiten. Het donkere beschuitmeel ruikt sterker en is volumineuzer dan het lichte. Goed beschuitmeel kan nooit goedkoop zijn. Beschuitmeel heeft een erg laag soortelijk gewicht en is een van de beste ingredi�ten voor de basis van een goed lokaas.

 

Polenta: Hier onderscheiden we diverse soorten. Polenta is de versneden ma�korrel. De binnenkant van de korrel (zetmeelgedeelte) valt het eerst uit elkaar en wordt eerst afgezeefd. De kleur van polenta hangt af van de gebuikte soort maïs. (geel, oranje, wit)

a. Grove polenta: voor diep, stromend water. Maximaal 20%

b. Italiaanse polenta: fijne korrel, geschikt voor ondiep, stilstaand en langzaam stromend water. Is licht kleverig, zal het voer iets verzwaren en toch makkelijk uiteen laten vallen. Maximaal 20%

c. Gekookte polenta: door verhitting met stoom heeft de ma�korrel een groter volume gekregen. Daarna wordt de maïskorrel opnieuw gedroogd en versneden. Gekookte polenta is luchtiger en kleveriger dan de gewone polenta. Te gebruiken in een zwaar voer, voor stromend water. Maximaal 20%

d. Polentabloem: Is het stuif dat in de zeven achterblijft na de laatste snijbewerking. Wolkt goed en laat het voer snel uiteenvallen. Maximaal in een licht voertje 15%. Maximaal in oppervlaktevoertje 30%

Voor stromend en diep water kan men polenta (Italiaanse) op de volgende manier bereiden. Polenta in een pot doen en overgieten met water dat net niet kookt. Laten afkoelen en droog maken met paneermeel. Voor 250 gram polenta gebruiken we 300cc water. Tijdens het overgieten met het hete water wel goed roeren.

 

Werkende delen

Meelsoorten

Notenmeel: Bestaat uit de vermalen schilfers van de kokosnoot. Heeft een hoger vetgehalte dan kokosmeel en is daarom donkerder van kleur. De geur is ook veel scherper. Notenmeel gebruiken we op diep en stromend water. Maximaal 20%.

 

Arachidemeel: Hierin onderscheiden we een tweetal soorten.

a. Arachide puur: Bestaat uit gebroken ongebrande pinda\'s. Bevat een hoog vetgehalte en bevordert op die manier de werking van het voer. Zeer geschikt voor stromend water. Neemt moeilijk vocht op, doet een lokaas langzaam uit elkaar vallen. Maximaal 5%.

b. Arachide bruin: Nadat de olie uit de aardnoten (pinda's) is geperst, wordt de rest vermalen. Omwille van het grote percentage vliesgedeelte krijgen we de roodbruine kleur. Deze kleur is tevens bepalend voor de kwaliteit en het resterende vetgehalte. Hoe donkerder, hoe meer vet de arachide bruin bevat. Neem makkelijker vocht op dan arachide puur en we zullen dan ook meer moeten gebruiken. Maximaal 10%.

 

Kokosmeel: Is het gemalen schroot van de kokosnoot, overblijvend na de oliebereiding. Heeft een penetrante geur en neemt heel goed vocht op. Zeer geschikt op stilstaand, niet te diep water en gericht op niet al te grote vis. Het is in feite ontvet notenmeel en is daarom lichter van kleur. Hoe lichter het kokosmeel is, des te vetarmer is het. Te licht kokosmeel is waardeloos. Maximaal 20%.

 

Gemalen Zaden

Hennepzaadmeel: Is de gemalen hennepkorrel (kempzaad). Deze kan grof of fijn vermalen worden. Wanneer we de volle korrel zelf malen, steeds mengen met paneermeel of polenta. Heeft een zeer hoog vetpercentage en een specifieke aantrekkingskracht, vooral op voorn. Zal de werking van het voer sterk bevorderen. Geeft het voer een typische geur. Hennepkorrels kunnen vermalen worden, laten kiemen of poffen. Gemalen hennep kan men op de volgende manier toebereiden.

a. Geweekte hennep: Hiervoor malen we de hennep zeer fijn. Eventueel nog extra uitzeven in een fijne keukenzeef. We gieten enkele uren voor we het lokaas klaar maken, kokend water over deze fijngemalen hennep. Laten afkoelen. Zowel het water als de hennep gebruiken om het lokaas aan te maken. Voor stilstaand water.

b. Gekookte hennep: We malen de hennepkorrel niet te fijn en zetten ze ruim onder water (er mag zo'n 2 tot 3 cm water boven de hennep staan). We laten dit mengsel goed doorkoken tot het water praktisch is verdampt. Na afkoelen nemen we notenmeel en mengen dit met de gekookte hennep tot we een stijf mengsel krijgen. Met een mengsel van beschuitmeel en paneermeel wordt dit papje verder droog gemaakt. Voor stromend water.

 

Oeuillette: Is vermalen of geplet blauw maanzaad. Zou de eigenschap hebben de reactie van de vis te be�vloeden door het wantrouwen weg te nemen. In kleine hoeveelheid geschikt voor elk voornvoer. Maximaal 5%.

 

Koolzaadmeel: Gemalen zoet raapzaad. Moet steeds fijn gemalen gebruikt worden. Heeft een erg hoog vetgehalte en een laxerende werking. Wordt het zaad voorgeweekt, zal het kleven. Steeds vermengen met paneermeel. Kan in een voer voor diep, stromend water hennep vervangen. Maximaal 10%.

 

Kiemzaad: Is een mengeling van kiemrijke zaden: hennepzaad, negerzaad, kanariezaad, millet, raapzaad, spurrie, lijnzaad, bauw maanzaad, eventueel aangevuld met anijszaad, tarwe en gebroken rijst. Vier dagen in de week zetten. Zaden die bovendrijven afscheppen en weggooien. Na het weken de zaden nog even doorkoken en spoelen met koud water. Het water afgieten en de nog natte zaden mengen met paneermeel (beschuitmeel). Als het mengsel droog is , zo fijn mogelijk malen. Kan zowel voor stilstaand als stromend water worden gebruikt. Maximaal 25%.

 

Sesamzaad: Is het vetste zaad voorhanden. Moet vermalen worden met polenta, paneermeel of broodmeel. Zal de werking van het voer verhogen. Maximaal 5%.

 

Wolkvormers

Maniokmeel: Komt van de cassave, een tropisch gewas. Hoe witter de maniok hoe beter de kwaliteit. Een uiterst fijn meel dat een uitstekende wolkvormer is. Wolkt lang en kleurt het water wit, heeft een hoog visueel effect. Maximaal 10%.

 

Melkpoeder: Een typische wolkvormer, geschikt voor elk onderhoudsvoer. Geeft een langdurige wolk. Ongeschikt voor stromend water. Heeft een min of meer klevende werking. De melkpoeder uit de hengelsportzaak is met visolie of grasmeel gedenatureerd. Vandaar dat hij iets vettiger is dan de melkpoeder die geschikt is voor menselijke consumptie. Maximaal 10%.

 

Maisbloem: Is het stuif dat in de zeven achterblijft na de laatste snijbewerking. Wolkt goed en laat het voer snel uiteenvallen. Maximaal in een licht voertje 15%. Maximaal in oppervlaktevoertje 30%

Mergel: Een sterke wolkvormer, die goed te gebruiken is in elk lokaas voor ondiep, stilstaand water en in een oppervlakte voertje. Er is ook witte mergel in de handel. Verder wordt mergel gebruikt om kleine vers de vase droog te maken en te bewaren. Mergel wordt droog vermengd nadat het lokaas natgemaakt is. Goede mergel is zo fijn als talkpoeder en mooi diepgeel van kleur. Maximaal 10%.

 

Actieven

Aardappelvlokken: Hiervoor worden aardappels gedroogd en gewalst. Vlokken zijn vetter dan bloem. Hebben ook een min of meer klevende werking. Vooral goed in een brasemvoer. De vlokken nemen water op en gaan boven het voer zweven. Aardappelvlokken kan men ook bijmengen nadat het voer reeds nat gemaakt is. De kleur, zwak geel, is bepalend voor de kwaliteit. Maximaal 5%.

 

Havermout: Is de gestoomde en geplette haverkorrel. Heeft een sterk bindende werking, zeker wanneer de havermout fijn vermalen is. Nooit gebruiken op stilstaand water. Is havermout grof vermalen, neemt hij moeilijker vocht op, kleeft minder en de deeltjes zullen boven het voer gaan zweven. Gericht op grote vis. Maximaal 12%.

 

Kurkpoeder: Fijngemalen kurkafval. Vermengen nadat het lokaas nat is gemaakt. Geeft explosieve werking aan het voer. Zeker geschikt voor ondiep water. Wordt ook gebruikt om kleine vers de vase los te zetten. Maximaal 25%.

 

Zemelen: Bijproduct van het walsen van de tarwekorrel. Zowel grof als fijn in de handel. De grove zemel is de buitenkant van de tarwekorrel. De fijne zemel is het vlies tussen de buitenkant en de kern (bloem) van de tarwekorrel. Nemen goed vocht op en dienen om het voer luchtiger en licht te maken. Vergroten het volume van het lokaas. Zeer geschikt in een oppervlaktevoertje en een lokaas voor stilstaand water. Kunnen ook droog door het reeds natgemaakte lokaas vermengd worden. Hebben we een lokaas te nat gemaakt, kunnen we dit verhelpen door zemelen bij te voegen.

 

Zavel: Grondsoort die qua eigenschappen tussen leem en mergel zit. Heeft een donkere, dieporanje kleur. Men moet zavel vochtig bewaren en voor gebruik zeven. Is licht wolkvormend. Een lokaas van zavel, paneermeel en kleine vers de vase, kan op stilstaand water een killer zijn. Geschikt als basis van een onderhoudsvoer.

 

Gewicht en bindmiddelen

Aardappelbloem: Hiervoor gebruikt men meestal buitenlandse aardappelen, die gedroogd en zeer fijn vermalen worden. Heeft een hoge zetmeelwaard en een sterk klevende werking. Goede aardappelbloem is licht van kleur. Maximaal 5%

 

Ma�meel: Is het meel van de volledige vermalen ma�korrel. Gebruikt om het voer te verzwaren. Verkrijgbaar in twee kleuren: wit en geel, dit om de uiteindelijke kleur van het lokaas te be�vloeden. Maximaal 20%.

 

Collant: Is een vermalen paardenbrok. Een samengesteld voer voor renpaarden. Bevat een hoog procent eiwitten. Heeft een welruikend aroma, gevormd door de melasse die gebruikt wordt om de brok samen te houden, die gebakken wordt. Is sterk klevend en vooral gericht op grote vis. Niet geschikt voor een licht voertje. Maximaal 10%.

 

Wouwbloem: (farine de gaude) Bestaat uit ge�traheerde (de graankorrels worden met hete stoom bewerkt en gedroogd) graansoorten. Meestal tarwe, ma� of rijst. Deze worden na extraheren fijn vermalen en hebben een klevende werking. Te gebruiken in een zwaar lokaas dat niet vlug uit elkaar mag vallen. Maximaal 10 �15%.

 

Lijnzaadmeel: Gemalen lijnzaad (vlaszaad. Heeft een hoog vetpercentage en zal hierdoor de werking van het voer bevorderen. Maximaal 5%.

 

Rijstsemoule: Ook rijstebloem genoemd. Is fijne rijstegries, afkomstig van de vermalen rijstkorrel. Gebruikt om het lokaas te verzwaren en de kleur lichter te maken. Maximaal 15%.

 

Leemaarde: L�s, wordt hoofdzakelijk gebruikt om het voer te verzwaren. De gebruikte , vochtige leem dient men eerst door een zeef te drukken. Het best is vochtige leem te gebruiken en deze bij het lokaas te voegen nadat dit volledig klaar is. Indien mogelijk vlak voor het maken van voerballen.

 

Ma�gluten: Komen vrij na het ontrekken van de kiem en het zetmeel uit de ma�korrel. Zijn geelbruin of bruin van kleur. Gericht op een voer voor grote vis. Hebben een sterk klevende werking en zullen het voer verzwaren. Maximaal 10%

 

Geur en Smaakstoffen

Vanille(koekjes): Dit zijn fijn vermalen koekjes, zoals Petit Beurre en Marie. Is zoet, neemt goed water op en kleeft. De kwaliteit is te herkennen aan de kleur. Koekjesmeel of vanille dient egaal van kleur te zijn, donker geel tot licht oranje. Gericht op brasem. Maximaal 10 �15%.

 

Biscuitmeel: Gemalen ijscowafels. Ook in de handel onder de naam \""Galette\"". Biscuitmeel is licht, heeft een sterke geur en een klevende werking. Neemt moeilijk vocht op en wanner er teveel van gebruikt wordt, zal het lokaas te licht worden. Op stilstaand water mag iets meer gebruikt worden dan op stromend water. Maximaal 5 �10%.

 

Kopramelasse: Kopra is het witte vruchtvlees van de kokosnoot. Na olie-extractie blijft er, naargelang de bereidingsmethode, kokos- of notenmeel over. Om de melasse, een restproduct van de suikerbereiding op te zuigen, wordt chocomel gebruikt, vandaar de naam kopramelasse. Goede kopramelasse is donker van kleur, geurt sterk en kleeft. Vandaar dat het niet makkelijk is het homogeen door het voer te mengen. Gericht op brasem. Kan eventueel notenmeel vervangen. Maximaal 15%.

 

Johannesbroodmeel: Is de gebroken en vermalen vrucht van de Johannesbroodboom. Bevat een hoog percentage zetmeel en suikers, vandaar de zoete smaak. Kan kopramelasse vervangen. Men zou het eveneens gezoet broodmeel kunnen noemen. Geschikt voor brasemvoer. Maximaal 10%.

 

Vleesmeel: Goed vleesmeel, bereid uit de kadavers van dieren, is te herkennen aan de kleur. Moet donkerbruin zijn. Is het licht van kleur, hebben we meestal te maken met vleesbeendermeel, dat minder geschikt is. Te gebruiken in de winter. Maximaal 5%.

 

Vismeel: Is niet hetzelfde als haringmeel. De geur van vismeel is scherper en het meel is ook donkerder van kleur. Heeft een zeer scherpe geur en bezit een hoog percentage dierlijk eiwit. Te gebruiken in de winter. Maximaal 5%.

 

Venkelzaad: Allround geurstof met een aantrekkelijke geur. Te gebruiken in een voornvoer. De zaden kunnen met paneermeel vermalen worden. Maximaal 2 �3%

 

Coriander: Geurstof gebruikt voor dieper, stromend water, gericht op het lokken van brasem. Het beste is de volle korrel te nemen en deze met een product van de basis te vermalen(paneermeel, broodmeel). Maximaal 5%.

 

Anijszaadmeel: Is de gemalen anijszaadpit. De beste kwaliteit komt van steranijs. Vijfmaal sterker in geur dan het Spaanse anijszaad (anis vert). De kleur moet diep roodbruin zijn. Zeker te gebruiken in een oppervlaktevoer en wanneer er kleine vis gevangen moet worden. Maximaal 5%.

 

Karwijzaad: Geurstof met een scherpe, indringende geur. Te gebruiken op dieper water en waar grote vis gevangen dient te worden. Maximaal 5%.

 

Fenugrek: Geurstof gericht op brasem. te gebruiken op dieper water. Maximaal 5%.

 

Bloedpoeder: Een zuiver donkerrood fijn poeder. Is de kleur donker, naar het zwarte toe, dan bevat bloedpoeder veel onzuiverheden. Mag slechts in een kleine hoeveelheid door het lokaas vermengd worden, omdat het zich snel in het water verspreidt. Komt het best tot zijn recht in de winter. Maximaal 3%.

 

Melasse vloeibaar: Is het stroopachtige bruine residu van de suikerbereiding met typische geur en zoete smaak. De nodige hoeveelheid kan in het water nodig voor het natmaken van het voer opgelost worden. Maximaal 5%.

 

Naar behoeft toevoegen

Duivenmest: Verkrijgbaar in twee vormen: gedroogd of vers (ingevroren). Verse duivenmest is te verkiezen boven gedroogde. Vooral de manier van bereiden is voornaam. Duivenmest zetten we steeds onder water, om op die manier alle onzuiverheden te verwijderen. goede duivenmest herkent men aan de gifgroene kleur. We gieten het water af en met een mixer maken we er een homogeen papje van. Het beste is duivenmest vochtig te laten, zodat er na toevoeging van het overige droge lokaas geen extra water dient te worden toegevoegd. Heeft een bindende werking. Zeker te gebruiken in voornvoer. Maximaal 5%.

Powered By Website Baker