|
Vissen in Kenya
In het najaar van 2010 ben ik samen met mijn vrouw, mijn zus en mijn zwager naar Kenya geweest op vakantie. Een prachtig land met mooie natuur en aardige mensen maar ook met veel tegenstellingen zoals armoede en criminaliteit. Ondanks dat, toch een aanrader.

Aangezien dit een nieuwsbrief is voor vissers wil ik mij dit maal alleen focussen op het vissen. Zoekend op het internet kwam ik er achter dat de kustwateren rond Kenya bekend staan als superwater voor de Big-Game visserij. Omdat ik graag alles van te voren op orde wil hebben, heb ik een dag vissen geregeld via internet. Na het lezen van recensies van eerdere vissers kwamen we terecht wij Walter Brun. Deze man heeft van zijn hobby zijn beroep gemaakt en heeft na al vele jaren een aantal boten in zijn bezit waarmee je op pad kan. Na regelmatig over en weer contact te hebben gehad, hebben we een dag vastgelegd.
Op de dag suprême werden we opgehaald vanaf ons hotel rond 7.30 uur en was het maar 10 minuten rijden naar de boot. Ik had geregeld dat we de boot voor ons zelf zouden hebben en samen met mijn zwager Gerard stapten we snel op de boot en voeren we uit. De bemanning bestond uit een schipper en een bootsmaatje die de hengels op orde maakte. Deze jongen luisterde naar de naam “Lucky” dus wat wil je nog meer. Lekker chillend in de schaduw (het was al 30 graden en zou in de loop van de dag oplopen naar de 40 graden) keken we toe hoe de zeven hengels uit werden gelegd. We visten op drie verschillende manieren. Er lagen drie hengels uit met alleen dood-aas takels. Deze werden vakkundig met naald en draad bevestigd en slepend aan de oppervlakte gevist. Drie andere hengels hadden ook een dood-aas takel maar deze werden met allerlei gekleurde versierselen aantrekkelijker gemaakt en af en toe werd er een teaser bij gehangen. Dit is een lokvis die veel herrie aan de oppervlakte maakt en die de vis moet aantrekken. Een paar meter achter deze teaser hing je aas. Bij de laatste hengel maakten we gebruik van een down-rigger. Hiermee kon je met behulp van een stuk lood van 3 kg in de vorm van en torpedo je beaasde haak op diepte slepen tot wel 15 meter diep aan toe.

Big-Game vissen is veel uren maken en de vis proberen te vinden. Aangezien we in de Indische Oceaan viste valt dat niet mee. Er gaan heel veel kuub zeewater in deze plas en naar verhouding zwemt hier maar weinig vis in rond. Om de vis te vinden moet je op zoek gaan naar meeuwen. Zij zijn meesters in het opsporen van kleine vis aan de oppervlakte. Als je veel meeuwen ziet duiken in het water dan weet je dat je goed zit. Deze school vis wordt niet alleen door de vogels belaagd maar ook vanuit de diepte door roofvis. Zij jagen de vis naar boven zodat er geen ontsnappen meer mogelijk is.
Om half tien kregen we de eerste aanbeet. Gerard mocht plaatsnemen in de vechtstoel en hij mocht de eerste vis van de dag drillen. Een mooie azuurblauwe Dorade had de aasvis gepakt en gaf lekker sport. Het was een razendsnelle vis die van links naar recht schoot maar toch de strijd moest opgeven. De vis werd aan boord gehaald en bewonderd. Hij was rond de meter en prachtig van kleur.

Daarna werd het stil. De zee was te rustig en samen met een felle zon was dit ongunstig voor de visvangst. Om twee uur eindelijk weer actie. We lagen lekker te sudderen toen er een reel begon te lopen. Ik nam plaats in de vechtstoel en ook ik ving mijn eerste Dorade na een korte maar hevige strijd. De vis werd binnenboord gehaald en de hengel opnieuw beaasd. Kort daarna weer en hit. Wederom een Dorade, nu voor Gerard. We waren waarschijnlijk door een school heengevaren want hierna werd het weer stil. Appelig door de zon, de golven en het monotone geluid van de motor, schokken we ineens weer op. De hengel aan de down-rigger veerde op en we hadden een strike. Zittend in de vechtstoel leek het wel of ik aan een onderzeeër vast zat. De slip bleef maar lopen en ik kon weinig doen. Na een paar minuten kon ik eindelijk wat lijn terugwinnen en was ik klaar voor de strijd. Net zo onverwachts als dat de aanbeet was, was ook het lossen van de vis. De druk viel plots weg en de vis had gewonnen. PiepPiepPiepPiep, dat is balen. Na een half uur was het weer de beurt aan Gerard. “Sailfish Sailfish“ riep de kaptein en de haak werd gezet. Gerard moest alle zeilen bijzetten om de vis af te stoppen en de vis maakte een paar mooie luchtsprongen om te laten zien dat hij het hier niet mee eens was. De laatste sprong was zijn geluk en de haak schoot los. Weer vele piepen maar gelukkig waren we ver genoeg uit de kust zodat niemand ons gevloek hoorden. De laatste aanbeet van de dag was voor mij. Wederom was het snel duidelijk dat het hier weer om een sailfish ging. Deze was wat dommer en had geen zin om te springen. Na de eerste hevige run kon hem aardig in bedwang houden en pompend meter voor meter binnenhalen. Na een kwartiertje deed hij nog een laatste poging om te ontsnappen maar de genomen meters werden snel teruggewonnen en kon de vis door Lucky en de schipper met gevaar voor eigen leven (de punt(neus) zwiept gevaarlijk heen en weer) de vis landen. Daar lag hij dan eindelijk aan mijn voeten, mijn droomvis.

Het koste veel bloed zweet en tranen maar zo’n vis maakt alles goed. Snel wat foto’s maken en de rode vlag ten teken dat er een sailfish was gevangen werd in de top gehesen. Op het terras van Walter nog een lekker biertje genomen om de vangst te vieren en ik droom nog regelmatig van dit avontuur.
Ron Hofland |